Zwanger voor een Ander

Stichting voor draagmoederschap

Ga terug

Redenen om voor laagtechnologisch te kiezen

Redenen om voor laagtechnologisch te kiezen

Al een paar jaar zeg ik tegen mensen: laagtechnologisch komt het meeste voor, maar dat gaat veranderen. Over een paar jaar zullen traditionele draagmoeders, die dragen met hun eigen eicel, in de minderheid zijn. En dat vind ik jammer. Ik wil een lans breken voor traditioneel dragen. Ik denk namelijk dat de tendens grotendeels wordt gevoed door vooroordelen en misvattingen. Door onderbuikgevoelens en door onterechte angst.

Om te beginnen zal ik uitleggen waarom hoogtechnologisch terrein zal winnen. Dat is namelijk niet omdat dat beter is. Het is duurder, ingewikkelder en het heeft meer risico’s voor de zwangere en voor de baby. In dat opzicht is het helemaal niet logisch om IVF te betrekken bij draagmoederschap. Het zal terrein winnen omdat het kan. Letterlijk.

Perspectief van de draagmoeder

Afgelopen decennia heb ik honderden draagmoeders langs zien komen bij de stichting. Een groot deel daarvan kwam binnen met de mededeling “Ik wil wel dragen, maar niet met mijn eigen eicel hoor!”. Tot 2019 kwamen vrijwel al die draagmoeders erachter dat de (toen nog enige) kliniek hun wensouders niet wilde helpen, omdat de criteria heel krap waren en vrijwel niemand in aanmerking kwam. Maar draagmoeders hebben ook een niet te onderschatten draagwens. Dat maakte dat deze draagmoeders toch gingen nadenken, in gesprek gingen met hun partner, advies kwamen vragen bij andere draagmoeders. Zo kwamen ze tot de conclusie dat ze heel graag wilden dragen, “dan maar met eigen eicel.”

Mijn verwachting is dat die stap niet meer gemaakt zal worden. In 2019 startte een tweede kliniek met de IVF behandelingen voor draagmoederschap en hun richtlijnen waren veel milder. Ook de eerste kliniek begon hun richtlijnen aan te passen en werden soepeler in de toelatingen. Zo konden homokoppels met een eiceldonor nu ook terecht. De draagmoeders kwamen ineens niet meer voor de keuze te staan om met eigen eicel te dragen of helemaal niet. Ze zullen die stap niet meer maken.

En dat is jammer. Want de draagmoeders die overstapten van initieel HTDM naar LTDM, geven naderhand aan toch heel tevreden te zijn met hun keuze. Ze hadden niet meer moeite met het loslaten van de baby, het DNA had daar veel minder invloed op dan ze vooraf dachten. En ook vrouwen die hoogtechnologisch droegen, geven naderhand aan dat ze dat effect wellicht overschat hadden en de impact van de IVF behandeling onderschat. Bij IVF komt namelijk veel kijken. De draagmoeder krijgt medicatie voor de terugplaatsing van het embryo, maar er zijn ook veel afspraken in de kliniek nodig om zover te komen.

“in eerste instantie wilde ik absoluut niet lt gaan dragen, omdat ik bang was dat ik me daardoor toch teveel zou hechten aan het kindje. Na mezelf meer in te hebben gelezen en er langer over na te hebben gedacht en ervaringen van andere draagmoeders te hebben gelezen ben ik hierop terug gekomen. Nu ben ik blij dat ik al het medische over heb kunnen slaan, en we het gewoon wat meer natuurlijk hebben gehouden door zelfinseminatie. Hechten doe je ook als het kindje niet biologisch van mijzelf zou zijn en 9 maanden in me groeit. Dat was eigenlijk mijn grootste argument om ht te willen in eerste instantie.”
- een draagmoeder

Perspectief van de wensouders

Draagmoeders zijn niet de enige mensen die voor deze keuze komen te staan. Wensouders maken uiteraard ook hun keuze hierin.

Als de wensmoeder zelf de eicel kan leveren, dan is draagmoederschap met IVF de manier voor een heterokoppel om een genetisch 100% eigen kindje te kunnen krijgen. En ook koppels met een familielid als eiceldonor zit in dezelfde sfeer: het kindje kan op die manier aan beide wensouders genetisch verbonden zijn. Bijvoorbeeld wanneer de zus van een homoman de eicel levert en zijn man de zaadcel. Dan kan het alle moeite, risico’s en kosten waard zijn.

Want verder heeft het voor wensouders alleen nadelen om voor een hoogtechnologisch traject te gaan. Het is duurder. Denk gerust aan € 25.000,- voor enkel de IVF behandeling, wat niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed. En het geeft verhoogde risico’s voor de draagmoeder, maar ook voor je baby. Miskramen, vroeggeboorte en verhoogde bloeddruk zijn enkele voorbeelden van complicaties die vaker voorkomen bij een zwangerschap van niet-eigen materiaal.

Dan is er nog het argument waar wensouders even vaak mee binnenkomen als draagmoeders: Ze zijn bang dat de draagmoeder zich hecht aan de baby. Dat is dus - zoals eerder gemeld - een onterechte angst. Uit de praktijk blijkt daar geen verschil in te bestaan. Een draagmoeder die bewust kiest om de zwangerschap aan te gaan, zal vrijwel nooit kiezen om de baby toch te houden. Ik begrijp ontzettend goed dat deze angst wel leeft bij wensouders. Voor elke ouder is het verliezen van je kind je grootste angst. En hier is een vrouw die (onder de huidige wetgeving) dat zonder problemen zou kunnen: jouw kind houden. Dat dat angstgevoelens oproept, is daarom niet vreemd.

Maar alle gegevens die we hebben en alle ervaringen uit het verleden leren ons dat die kans vrijwel nihil is. De genetische afkomst van de baby is voor draagmoeders geen factor in het kunnen afstaan. Wel is het belangrijk dat je je goed voorbereid. De extreem zeldzame cases waarin de baby uiteindelijk bij de draagmoeder bleef, zijn allemaal uiteindelijk toe te wijzen aan het ontbreken van goede voorbereiding, counseling en te snel willen overgaan tot conceptie. Als je wil voorkomen dat je draagmoeder zich bedenkt, dan is een goede voorbereiding en counseling effectiever én een stuk goedkoper.

Uiteraard stap ik er nu heel makkelijk overheen dat kiezen een luxe is die niet alle wensouders krijgen. Er zijn nog steeds te weinig draagmoeders om alle kinderwensen in vervulling te kunnen laten gaan. Wanneer je een draagmoeder treft waar je een goede klik mee hebt, maar die echt niet met eigen eicel wil dragen, dan zal menig wensouder daar alleen maar dankbaar voor zijn en dus “kiezen” voor hoogtechnologisch draagmoederschap.

“We horen van veel wensouders de angst dat een draagmoeder zich kan bedenken. Wij voelden dat ook. Maar onze ervaring liet zien wat de werkelijkheid is: draagmoeders doen dit juist omdat ze anderen ouders willen laten worden. Dat besef gaf ons vertrouwen en rust. Na de geboorte bleek dat vertrouwen terecht, nog steeds zegt ze dat ze geen moment spijt heeft gehad.”
- een ouder na draagmoederschap

Het perspectief van het kind

Dit derde perspectief noem ik expres niet “perspectief van de baby”. Want je creëert meer dan een baby. Je creëert een volledig mens, dat uiteindelijk een volwassen mens wordt. Wat is het belang van dit kind, van deze persoon?

Wat we tot nu toe weten uit de wetenschap is dat kinderen geboren uit draagmoederschap het goed doen. Dat voorop. We weten ook dat het belangrijk is dat zij weten wie hun “herkomstouders” zijn: hun genetische ouders en hun draagmoeder. Het is in hun belang dat ze van jongs af aan mogen weten wat hun oorsprong is. We weten dat het schadelijk kan zijn als er tegen hen gelogen wordt of verzwegen. Want ooit komt dat uit en als er in het verleden geen eerlijkheid is geweest, kunnen ze dat hun ouders kwalijk nemen en het kan zelfs tot trauma leiden. Door het vanaf babytijd al te benoemen, voorkom je dat er een zwaar moment komt waarop je je kind dit moet vertellen. Het is voor je kind dan altijd al zo geweest.

Wat we niet weten is of het moeilijk is om zowel een draagmoeder als een eiceldonor te hebben, waarbij beiden niet je sociale ouders zijn. Maakt dat het ingewikkelder? Wat doet het met je identiteit? Wie van de twee heeft welke rol daarin?

Wat we wel weten is dat een laagtechnologisch draagmoeder die in beeld blijft, goed is voor kinderen. Ze kunnen hun vragen kwijt, kunnen in de ogen kijken die ze wellicht ook in de spiegel zien. Ze kunnen dan ervaren dat de biologische moeder hen niet verstoten heeft, maar hen simpelweg niet opvoedt. Ze mogen ervaren dat de draagmoeder ook van hen houdt.

"Voor mij zou het meespelen dat de omgeving vaak 'het afgeven van een eigen kind' veroordeelt. Als het genetisch niet van jou is, is dat makkelijker te verdedigen. Ik denk niet dat ik moeite zou hebben met afstaan, maar ik zou me wel meer verantwoordelijk voelen voor een LT draagkind en meer betrokken willen zijn. En dan zou het meer pijn doen als de wensouders toch contact verminderen of verbreken."
- een potentiële draagmoeder


Opiniestuk door Pauline van Berkel

Ga terug