Zwanger voor een Ander

Stichting voor draagmoederschap

Ga terug

De wetenschap van draagmoederschap

donderdag 5 februari 2026

Toen Kristin Spaans besloot draagmoeder te worden, deed ze dat niet lichtvaardig. Ze had haar eigen kinderen al gekregen, wist wat een zwangerschap lichamelijk en emotioneel vraagt, en ging uitgebreid in gesprek met artsen en begeleiders. Haar motivatie was helder: ze wilde een ander gezin helpen.

In het publieke debat over draagmoederschap komt haar verhaal zelden voor. Niet omdat het uitzonderlijk is, maar juist omdat het niet past in het dominante narratief dat draagmoederschap neerzet als inherent uitbuitend. Dat narratief kreeg recent nieuwe voeding door een rapport van een VN-speciale rapporteur, waarin wordt gepleit voor een wereldwijd verbod op draagmoederschap.

Maar wat zegt de wetenschap eigenlijk?

Een uitgebreid artikel van het wetenschapsplatform Undark probeert die vraag te beantwoorden. Niet vanuit ideologie, maar vanuit data. En juist daar wringt het.

Een wereldwijd debat met verrassend weinig onderzoek

Ondanks het feit dat draagmoederschap al tientallen jaren voorkomt, is het wetenschappelijke onderzoek beperkt. Veel studies zijn klein, kwalitatief en contextgebonden. Dat geldt zowel voor onderzoek naar draagmoeders als naar kinderen die via draagmoederschap zijn geboren.

Volgens onderzoekers die Undark sprak, is dat een structureel probleem. Beleidsmakers en internationale organisaties doen vergaande uitspraken over schade en uitbuiting, terwijl de empirische basis daarvoor dun is. De wetenschap is hier geen stevig fundament, maar eerder een mozaïek van losse steentjes.

Dat betekent niet dat er geen risico’s zijn. Het betekent wel dat de kennis die er is, zorgvuldig moet worden gelezen.

Fysieke risico’s: voorzichtigheid is geen bewijs

Er bestaan studies die wijzen op een licht verhoogd risico op bepaalde zwangerschapscomplicaties bij draagmoederschappen, wanneer de draagmoeder zwanger is van een embryo dat genetisch niet van haar is. Maar deze studies zijn klein en laten geen consistent patroon zien.

Zo verwijst Undark naar onderzoek dat wel verschillen vindt, maar ook benadrukt dat het niet mogelijk is om oorzakelijke conclusies te trekken. Daarvoor zijn grotere, vergelijkende studies nodig, die tot nu toe grotendeels ontbreken.

Overigens geldt dit risico alleen bij IVF draagmoederschap (hoogtechnologisch) en niet bij traditioneel (laagtechnologisch). Het zijn dezelfde risico’s als die vrouwen lopen wanneer ze “reguliere” eiceldonatie voor zichzelf ontvangen, dus zonder draagmoeder.

Zorgen van onderzoekers en wetenschappers

Ook andere onderzoekers in het veld hebben serieuze zorgen geuit over het VN-rapport. Zo wijst Marcin Smietana, onderzoeksfellow aan de Ca’ Foscari University of Venice en verbonden docent sociologie aan de University of Cambridge, erop dat het rapport opvallend selectief omgaat met bestaand onderzoek. Smietana publiceerde meerdere studies over de dynamiek tussen homoseksuele mannen en hun draagmoeders.

In een e-mail aan Undark merkt hij op dat de VN-rapporteur het werk van Susan Golombok slechts zijdelings noemt. Golombok, hoogleraar aan Cambridge en auteur van het bekroonde boek Modern Families, volgt al bijna twintig jaar enkele tientallen gezinnen, waaronder gezinnen die via draagmoederschap zijn ontstaan. Haar longitudinale onderzoek geldt internationaal als een van de meest consistente bronnen op dit terrein.

Smietana erkent dat dit type onderzoek soms wordt bekritiseerd vanwege mogelijke bias of beperkte steekproeven, maar stelt dat de gebruikte aantallen binnen de psychologie volstrekt gangbaar en methodologisch verantwoord zijn. Hij is het dan ook niet eens met de suggestie dat dit onderzoek onvoldoende zeggingskracht zou hebben.

Golombok zelf laat in een reactie aan Undark weten dat zij en haar collega’s in hun studies juist “zeer ver zijn gegaan” om vertekening te voorkomen, onder meer door zorgvuldige onderzoeksopzet en langdurige follow-up.

Volgens Smietana is het problematisch dat het VN-rapport dit soort peer-reviewed onderzoek grotendeels negeert of minimaliseert, terwijl er wel ruim gebruik wordt gemaakt van bronnen die niet wetenschappelijk zijn getoetst. Dat maakt het rapport, zo schrijft hij, “uiterst problematisch en precair, omdat het geen recht doet aan het beschikbare onderzoek, en dit opzettelijk op een zeer selectieve manier inzet.”

Mentale gezondheid en ervaring van draagmoeders

Waar het publieke debat vaak uitgaat van psychische schade, laat het bestaande onderzoek een genuanceerder beeld zien. In meerdere studies, vooral uit landen met gereguleerde en niet-commerciële vormen van draagmoederschap, beschrijven draagmoeders hun ervaring als positief.

Een grote Amerikaanse studie uit 2024, waar Undark uitgebreid bij stilstaat, laat zien dat 88 procent van de draagmoeders aangaf dat hun belangrijkste motivatie was om anderen te helpen. De meerderheid gaf ook aan tevreden te zijn met hun keuze, ook op langere termijn.

Kristin Spaans herkent zich daarin. In het Undark-artikel vertelt zij dat afscheid nemen van de baby emotioneel was, maar niet traumatisch. Ze had vanaf het begin een duidelijk kader, goede begeleiding en een relatie met de wensouders waarin vertrouwen centraal stond.

Haar verhaal is geen uitzondering, maar ook geen universele waarheid. Dat punt maakt het wetenschappelijk relevant.

Kinderen geboren via draagmoederschap

Ook over de ontwikkeling van kinderen die via draagmoederschap zijn geboren, bestaat onderzoek, zij het beperkt. De studies die er zijn, laten over het algemeen geen verhoogde risico’s zien op emotionele of psychologische problemen in de kindertijd.

Onderzoekers benadrukken dat langetermijnonderzoek schaars is, maar waarschuwen tegelijkertijd tegen het trekken van negatieve conclusies bij gebrek aan bewijs. Afwezigheid van data is geen bewijs van schade.

Op dit moment loopt er in Nederland een onderzoek naar draagmoederschap. Mensen die op dit moment in een traject zitten, worden dringend opgeroepen om aan dit onderzoek mee te doen.

Context is alles

Het belang van context is de rode draad in het Undark-artikel. Draagmoederschap bestaat niet in één vorm. Er is een wereld van verschil tussen slecht gereguleerde commerciële praktijken en zorgvuldig begeleide trajecten binnen een juridisch en medisch kader.

Toch worden deze verschillen in internationale rapporten vaak samengevoegd tot één probleem. Kritiek op specifieke misstanden wordt zo kritiek op draagmoederschap als geheel.

Dat is wetenschappelijk onzuiver.

Het VN-rapport en de kritiek daarop

Het VN-rapport dat oproept tot een wereldwijd verbod op draagmoederschap baseert zich volgens Undark vooral op juridische analyses, morele argumenten en selectieve bronnen. Meerdere wetenschappers die in het artikel worden geciteerd, stellen dat het rapport conclusies trekt die de beschikbare data niet dragen.

Zij wijzen erop dat wetenschap hier wordt ingezet ter legitimering van een vooraf ingenomen standpunt. Niet door data te vervalsen, maar door onzekerheden te negeren.

Een wereldwijd verbod presenteren als een logisch gevolg van “wat de wetenschap zegt” doet die wetenschap geen recht.

Wat vraagt de wetenschap dan wel?

De boodschap van Undark is geen pleidooi vóór of tegen draagmoederschap. Het is een pleidooi vóór beter onderzoek. Grotere studies, langere follow-up, meer aandacht voor verschillen tussen landen en praktijken.

Zolang die kennis ontbreekt, past terughoudendheid. Zeker wanneer beleidskeuzes diep ingrijpen in het leven van wensouders, draagouders en kinderen.

De wetenschap vraagt hier niet om een verbod, maar om precisie.

Het hele artikel lezen? Kijk dan hier:

Frieda Klotz, The Science of Surrogacy, Thrust Into a Global Spotlight, Undark, 5 februari 2026. https://undark.org/2026/02/05/science-of-surrogacy/

Ga terug