Zwanger voor een Ander

Stichting voor draagmoederschap

Ga terug

Column: Nadat de kinderwens vervult is

Leestijd: 1 minuut
Column: Nadat de kinderwens vervult is

We praten eindeloos over de kinderwens, maar nauwelijks over wat daarna komt

Deze column schrijf ik naar aanleiding van een artikel in de New York Post. Heel kort samengevat: een vrouw krijgt op 54 jarige leeftijd een kind via een draagmoeder, maar vindt het lastig om daar een band mee te krijgen. De link naar het artikel vind je hier.

De schok in de reacties op het verhaal van de 54-jarige Amerikaanse moeder zit voor mij eigenlijk niet in haar gebrek aan onmiddellijke hechting met haar baby. De schok zit voor mij vooral in hoe weinig ruimte er maatschappelijk is om eerlijk te zijn over zulke gevoelens. Want nee, niet iedere ouder is op slag verliefd zodra een kind geboren wordt. Dat gebeurt bij “gewone” zwangerschappen ook niet altijd, al praten we daar liever niet over. Sommige ouders voelen eerst verantwoordelijkheid. Verwarring. Overweldiging. Soms zelfs afstand. Liefde kan groeien. Hechting kan tijd kosten.

Maar daarop ligt een enorm taboe. En hoe groter de kinderwens was, hoe minder ruimte daar nog voor lijkt te bestaan. Want bij een langverwacht kind hangt er vaak jarenlang één groot verhaal omheen: dit kind was zó gewenst. Er is zó hard voor gevochten. Zó veel verdriet aan vooraf gegaan. Alsof dat automatisch betekent dat het ouderschap daarna alleen nog maar gelukkig en vanzelfsprekend kan voelen.

Een lange weg naar ouderschap beschermt iemand niet tegen psychische problemen, relationele druk of moeite met hechting. Misschien zelfs integendeel. Mensen kunnen jarenlang leven vanuit verlangen, verlies en hoop, om vervolgens in een werkelijkheid terecht te komen die veel complexer voelt dan ze hadden verwacht.

Dat maakt dit verhaal ook een argument vóór goede wetgeving en verplichte counseling, niet ertegen.

In Nederland zou een vrouw van 54 überhaupt geen goedkeuring krijgen voor een draagmoederschapstraject. Maar stel dat leeftijd geen factor was geweest, dan lees ik in dit artikel alsnog meerdere signalen waarbij een counselor had moeten doorvragen. Wilde zij dit zelf echt? Of speelde de wens van haar echtgenoot een te grote rol? Hoe keek zij naar het moederschap? Welke verwachtingen lagen er onder dit traject?

Goede counseling is geen bureaucratische hindernis. Het is ook geen zoektocht naar perfecte ouders. Het is een poging om ruimte te maken voor eerlijke gesprekken vóór er een kind komt. Juist ook over onderwerpen waar mensen zich voor schamen: twijfel, druk, angst, ambivalentie, mentale gezondheid.

Want een kind kan intens gewenst zijn en een ouder kan zich tóch verloren voelen zodra het er is. Die twee dingen sluiten elkaar niet uit. En hoe sneller we dat durven erkennen, hoe groter de kans dat mensen op tijd hulp zoeken, in plaats van pas wanneer alles al ontspoord is.

Dat is denk ik de belangrijkste les uit dit verhaal. Draagmoederschap is hier niet het probleem, maar een kinderwens alléén is geen garantie is voor emotionele voorbereiding op het ouderschap. Daarom zijn goede screening, counseling en duidelijke wetgeving geen overbodige obstakels, maar essentiële bescherming voor alle betrokkenen, inclusief de toekomstige ouders zelf. Niet om mensen af te wijzen omdat ze imperfect zijn, maar om eerder zichtbaar te maken waar steun, eerlijkheid of soms zelfs heroverweging nodig is. Juist bij trajecten die zo beladen en intens zijn als draagmoederschap, kunnen we het ons niet veroorloven om alleen aandacht te hebben voor de weg naar het kind, en niet voor wat er daarna komt.


Door Pauline van Berkel

Voorzitter Stichting Zwanger voor een Ander

22 mei 2026

Pauline van Berkel is voorzitter van Stichting Zwanger voor een Ander, zelf draagmoeder geweest en schrijft regelmatig over draagmoederschap, wensouderschap en reproductieve ethiek.

Ga terug