Raad voor de Kinderbescherming

Bij elk draagmoedertraject moet de Raad voor de Kinderbescherming worden betrokken. Zij moeten toestemming geven aan de wensouders om direct na de geboorte hun kindje mee te mogen nemen en te verzorgen, tenzij het kindje al erkend is. Daarna zijn zij degene die de rechter adviseren om bij de draagmoeder het ouderlijk gezag weg te halen. Tot slot heeft de Raad een vinger in de pap bij de adoptie. Ongeacht of de draagmoeder of wensouders gehuwd zijn en de vader het kindje erkend heeft, is de Raad dus nodig!

Contact opnemen met de Raad voor de Kinderbescherming kun je voor de conceptie doen, maar je moet ze in ieder geval op de hoogte hebben gebracht van je voornemen een kindje af te staan / in je gezin op te nemen vóór het geboren is. Doe je dat niet en neem je als wensouders je (niet-erkende) kindje na de geboorte toch mee, dan pleeg je een strafbaar feit. (art. 151a Wetboek van Strafrecht) Ook het aangeven van het kind bij de burgerlijke stand als eigen kind van de wensouders, alsof het niet uit de draagmoeder is geboren, is absoluut strafbaar! Dit kan leiden tot gevangenisstraf en je kunt er je kindje mee verliezen.

Neem daarom ruim voor de geboorte (liefst voor de conceptie) contact op met de Raad voor de Kinderbescherming. Deze zal de wensouders en de draagmoeder met haar partner willen spreken. Het is verstandig je hierin bij te laten staan door een advocaat. De Raad wil zich ervan verzekeren dat de draagmoeder volledig vrijwillig het traject is aangegaan. Ook willen ze er zeker van zijn dat de wensouders geschikt zijn om een kindje veilig op te laten groeien en dat er goed over is nagedacht voor men aan dit traject begon.

De Raad voor de Kinderbescherming kan vervolgens aan de rechter vragen om ontheffing van het ouderlijk gezag van de draagmoeder. Een dergelijke ontheffing mag de rechter echter alleen verlenen bij onmacht of ongeschiktheid, wat bij een ideële draagmoeder meestal niet het geval zal zijn. De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 29 juni 1984 beslist dat onmacht of ongeschiktheid tot het opvoeden en verzorgen van een kind zich kan beperken tot één bepaald kind, door bijzondere eigenschappen van het kind of door bijzondere omstandigheden waarin het kind zich bevindt. De bijzondere omstandigheden kunnen liggen in het feit dat bij de draagmoeder de wil ontbreekt om voor het kind te zorgen, in combinatie met de uitdrukkelijke wens de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van dit kind aan een ander te willen overlaten. Het gaat dus altijd om één kind. De andere kinderen van de draagmoeder zijn hierin dus niet betrokken en hun status is absoluut veilig. De draagmoeder hoeft niet bang te zijn dat ze bij Jeugdzorg bekend zal staan als “moeder waarvan een kind is afgepakt”.

Meer informatie over de procedure kun je vinden op de website van de Raad voor de Kinderbescherming.

Na een jaar kunnen de wensouders hun kindje adopteren. Meer informatie over die procedure vind je onder het kopje De juridische kant.